Honderden jaren Limburgse levensstijl, gereduceerd tot een attractie in een Brabants pretpark. Foei, Niels! Ik moest mezelf meteen corrigeren. Dat ding lijkt niet op de Baron. De Baron lijkt op dat ding. Ze hebben hun huiswerk gedaan in Kaatsheuvel.
Het is best vreemd dat “mijnbouw” zo'n alomtegenwoordig thema is in pretparken over de hele wereld. Waar je ook komt; je vindt in honderden pretparken mijntreinachtbanen en als goudmijn gethematiseerde wildemuizen. Hoeveel kinderen denken in het dagelijks leven nu aan mijnbouw? Andere alomtegenwoordige pretparkthema's zoals “dino's”, “space” en “het wilde westen” zijn veel meer in lijn bij wat kinderen over het algemeen “cool” schijnen te vinden (disclaimer: ik heb geen idee wat kinderen tegenwoordig cool vinden) liggen wat dat betreft meer voor de hand. Misschien vinden kinderen het idee “onder de grond” gewoon cool?
In de grote, grote categorie van “achtbanen gethematiseerd als mijn” heeft de Efteling, zoals zo vaak, iets weten neer te zetten waar een onmiskenbaar eigen stempel op zit. Want hoeveel mijntreinachtbanen zijn er zó op uit om een zo “authentiek” mogelijke afspiegeling te zijn van de echte mijnbouw in de streek? Om eruit te zien als een échte mijnschacht, met perfecte replica's van échte helmen, overalls en pikhouwelen, met muziek die écht doet denken aan de harmonieën en fanfares waar de kompels na hun werkdag het stof uit hun longen gingen blazen? En, het belangrijkste, om de daadwerkelijke achtbaan zo goed mogelijk in deze themawereld te integreren?
Als je denkt dat dit een jubelende lofzang wordt op Baron 1898, moet ik je uit de droom helpen. De Efteling zal er op dit blog zelden zonder kritiek vanaf komen. De Efteling is verreweg het grootste pretpark van Nederland, met de meeste bezoekers (bijna vier keer zoveel als de nummer twee, Duinrell), de interessantste geschiedenis, het hoogste budget en het meeste creatief talent in de gelederen. Het is niet meer dan passend om de Efteling langs de hoogst mogelijke lat van kwaliteit te beoordelen. Anders zou ik ze immers tekort doen; ze leggen die lat zelf zo hoog, en hebben dat vanaf het begin gedaan.
Wat is “authenticiteit” nu eigenlijk? En als “authenticiteit” iets is wat Baron 1898 heeft, wat doet de attractie er dan mee?
Betekent “authenticiteit” hetzelfde als “echtheid”? Dat is bij voorbaat uitgesloten. Alles in een pretpark is nep. Ja, zelfs in de Efteling, dat zoveel mogelijk werkt met steen, hout en andere duurzame bouwmaterialen en de glimmende, kunstmatige esthetiek van meer typische pretparken (inclusief Disney) uit de weg gaat. Misschien bedoelen we met “authenticiteit” een zo getrouw en integer mogelijke weergave van het object dat wordt afgebeeld? Dat lijkt me niet genoeg. Als je een getrouwe replica van de Eiffeltoren neerzet in Las Vegas, zouden weinig mensen dat “authentiek” noemen. Bij “authenticiteit” hoort ook een element dat het hoort bij het hier en nu, bij de geschiedenis en het karakter van de plaats waar het staat en tijd waarin het tot stand is gekomen, en nergens anders op zijn plaats zou zijn.
Dat de Efteling in Brabant ligt en de mijnen in Limburg is een klein detail dat over het hoofd gezien kan worden. De Efteling presenteert zich niet zozeer als uiterst Brabants, maar meer als op-en-top Nederlands. Een hoeder van vaderlandse folklore en geschiedenis, maar dan op een pretparkmanier.
Zoals gezegd lijkt de attractie als twee druppels water op een gestileerde mijnschacht. Zowel in de eerste voorshow als het groots opgezette opstapstation en de weg naar de uitgang zijn kleine en grote details te vinden die aan echte, historische mijnbouw doen denken. De Efteling heeft een beroep gedaan op oud-kompels en hun nakomelingen om hun oude spullen, outfits, gereedschap en lantaarns in te sturen zodat deze exact konden worden nagemaakt. Zo wordt de look en feel van de mijnbouw onsterfelijk gemaakt in een pretparkattractie voor het grote publiek. De dagelijkse realiteit van een verdwenen (en loodzwaar) beroep is, in minder dan een generatie tijd, veranderd in een esthetische stijl waar de Efteling mee kan pronken. Zelfs de kleurstelling van de achtbaan is zodanig gekozen dat het op een onderdeel van de mijnschacht lijkt.
Als we het verhaal van Baron 1898 induiken echter, blijft er van de realiteit van de Nederlandse mijnbouw weinig over. Daarvoor worden er teveel zaken bijverzonnen. Het is theater, verpakt in een modern sprookje, vermomd in de jas van het echte leven. In de mijn van baron Gustave wordt naar goud gedolven, maar noch in Limburg, noch waar in Nederland dan ook, waren er goudmijnen. Men groef naar steenkool, vuursteen en mergel, maar niet naar goud. Dan de Witte Wieven. Die associëer ik met een heel andere streek van Nederland (met name Twente en de Achterhoek). Er zijn heel wat sprookjes en sagen waar Witte Wieven in voorkomen, maar in geen van alle hebben ze iets te maken met onderaaards goud, of het bewaken daarvan.
Nee, de authenticiteit van Baron 1898 zit hem vooral in het uiterlijk. Dat wil niet zeggen dat het oppervlakkig is; de Efteling blinkt uit in details en voor een oude kompel zal een wandeling langs en door het mijngebouw een feest van herkenning zijn. Maar qua verhaal, inhoud en rit is Baron 1898 vooral gewoon een zeer theatrale pretparkattractie.
Uiteindelijk is het vooral jammer van de Witte Wieven; een fascinerend stukje folklore waar de Efteling heel wat moois mee had kunnen doen, maar nu zijn ze al in gebruik in een attractie waar ze niet helemaal op hun plaats voelen.
Zoals velen al hebben opgemerkt is het verhaal van Baron 1898 eigenlijk een herhaling van dat van zowel Villa Volta als de Vliegende Hollander. Een koppige man met onfrisse bedoelingen tart het lot, uit hebzucht. Hij luistert niet naar de waarschuwingen en roept de toorn van een spookachtige verschijning over zich af. Zo vervloekt hij zichzelf tot het onheil. Het Witte Wief in Baron 1898 zegt zelfs “Hooghmoed komt voor den val!”, wat verbatim in Villa Volta door één van de dorpelingen wordt gezegd.
De gelijkenis met de Vliegende Hollander is nog treffender. Want, zodra je het spook bent tegengekomen, maak je een grote val uit een hoge toren die symbool staat voor je hubris en je verdoemenis. Is dat nu de befaamde “storytelling” van de Efteling? Drie keer hetzelfde verhaal, met drie keer dezelfde ietwat benepen doe-maar-gewoonboodschap? Ze vinden het in Kaatsheuvel wel héél belangrijk dat we leren niet naast onze schoenen te lopen.*
Van deze drie attracties met feitelijk hetzelfde verhaal is Baron 1898 de meest geslaagde. Villa Volta bouwt een meeslepend verhaal met levendige beeldtaal en een fascinerend centraal personage, maar de madhouse-attractie zelf heeft er maar nauwelijks mee te maken, en de overgang van preshow naar attractie is wat houterig (pas op! De deuren openen in uw richting!). De Vliegende Hollander slaagt er niet in om het verhaal of personage van Willem van der Decken heel sterk neer te zetten, of de bezoeker zelf heel duidelijk in zijn verhaal te integreren.
De Baron doet dit allemaal wél, eenvoudig door jou expliciet in de rol van mijnwerker te duwen. Baron Gustave Hooghmoed (de naam is weer erg subtiel) is een vermakelijk personage, zeker als je hem ziet als verwijzing naar de Baron van Bassie en Adriaan, eveneens gespeeld door de altijd hilarische Acteur des Vaderlands Paul van Gorcum. Van Gorcum is inmiddels stokoud, maar het is niet te horen; hij gooit zich zoals altijd energiek in zijn rol. Gustave is tamelijk eendimensionaal neergezet, anders dan de emotionele en berouwvolle Hugo, maar dat is niet heel erg. Het is ook niet Gustave zelf die vervloekt raakt, maar jij, de mijnwerker die niet luistert naar de waarschuwing. Hierdoor ben je geen toeschouwer meer van andermans verhaal, maar krijg je het gevoel er zelf deelnemer van te zijn. En het oneerlijke feit dat het niet de hebzuchtige Baron Gustave zelf is die gestraft wordt, maar jij, de mijnwerker die slechts een eerlijke boterham komt verdienen? Daarvan leer je en passant nog eens een wijze les over kapitalisme.
En dan de achtbaan zelf. De firma Bolliger & Mabillard is dan misschien niet meer de meest gehypete en geprezen achtbaanbouwer van de wereld, de Zwitsers staan altijd garant voor kwaliteit en elegantie. Het is een zeer soepele rit, zoals je van een nog steeds tamelijk verse B&M mag verwachten. Ik ben niet kapot van het Dive Coaster-concept; de formule rust net iets teveel op de (toegegeven, best effectieve) drie seconden stilstand voor de bijna-verticale drop, en is daarom wat gimmicky. De drop zelf is het meest intense moment van de achtbaan. Zodra je de drop hebt gehad is de attractie eigenlijk voorbij; de integratie met het verhaal is nu verdwenen, en de achtbaan heeft zijn beste kaart gespeeld. De Witte Wieven hebben de afdaling gesaboteerd, waardoor je in de schacht bent gevallen, maar wat verklaart dat je vervolgens twee keer soepel ondersteboven gaat en later ongedeerd weer in het mijngebouw terugkeert? De inversies en helixes die volgen op de drop zijn leuk maar wat tam in vergelijking, al levert de airtime hill gelukkig wel wat het belooft (airtime is zeldzaam in de Efteling, buiten Joris en de Draak). De rit is kort maar blijft over de hele rit intens en heeft nergens een dood moment, iets waar grotere achtbanen van B&M moeite mee hebben.
Wat wel zo is: Ik heb twee andere Dive Coasters geprobeerd (Oblivion in Alton Towers en Krake in Heide-Park) en Baron 1898 is verreweg de beste van die drie; ook als je alle thematisering wegdenkt. Ik heb op basis van videomateriaal van andere Dive Coasters (ook hele grote zoals Griffon of Yukon Striker) niet het idee dat er veel meer in het Dive Coaster-concept zit dan dat de Efteling eruit heeft gekregen. Wat dat betreft zou het zomaar kunnen dat Baron 1898 de beste Dive Coaster is die je krijgen kunt.
Dus, wat is na al deze losse observaties mijn eindoordeel over Baron 1898? Zowel de baan als alles eromheen zijn absoluut van de hoogste kwaliteit, en alle kritiek die ik heb kan niet voorkomen dat de attractie vijf sterren krijgt – al krijgt hij zeker geen 5+. Het is geen persoonlijke favoriet, maar het is wel de beste Efteling-attractie sinds, pak 'm beet, Droomvlucht, en een onvermijdelijke nieuwe klassieker in een park dat daarvoor al een flink aantal jaar geen échte nieuwe klassiekers meer had geopend.
*Wie interviews leest met mensen als Michel den Dulk of zaliger Henny Knoet, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat ze bij de Efteling niet altijd houden van mensen die te hoog boven het maaiveld uitsteken… maar dat is slechts speculatie.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten