Ik heb altijd een
haat/liefdeverhouding gehad met de kermis. De kermissen van Nederland
staan bekend om hun snoeiharde muziek en al even genadeloos harde
flat rides. Vergelijk een simpele octopus in een pretpark maar eens
met die op een kermis: op de kermis gaat hij drie keer zo hard, en
duurt hij zes keer zo lang. Hoe ouder ik word, hoe slechter ik tegen
al die bonkende technomuziek en al die eindeloos ronddraaiende
kotsmachines kan.
Aan de andere kant:
de kermis! De spanning, de lichtjes, de sfeer! Het is voor mij altijd
een plek geweest waar ik mooie herinneringen maakte. Als klein kind
in mijn eerste Crazy Mouse, op dat moment de engste achtbaan die ik
ooit had gezien. Samen met mijn broer knalerwtjes winnen bij het
touwtje trekken. Gillen in de breakdance naast mijn beste vriendin.
Genieten van de zonsondergang vanuit de hoge zweefmolen. Ik moet toch
elk jaar een keer naar de kermis, het maakt niet uit welke.
Als er één gebied
is waarop de kermissen van Nederland tekort sicheten, ook grotere
kermissen zoals die van Tilburg, Nijmegen en Uden, is het bij de
achtbanen. Op de meeste kermissen staat wel een Wacky Worm of een
wildemuis, maar grote achtbanen met inversies vind je op de
Nederlandse kermis bijna nooit.
Geen wonder dat ik
enthousiast werd toen ik lucht kreeg van de Rheinkirmes in
Düsseldorf, een voor mij goed bereisbare stad. Niet één, maar twee
oude achtbanen van de Duitse meesteringenieur Anton Schwarzkopf
zaliger, vader van de moderne stalen achtbaan, staan er die week in
Düsseldorf. Eén van die twee is de legendarische Olympia Looping,
de grootste reizende achtbaan ter wereld. Een buitenkans, maar ik
slaag er niet in mijn intimi te overtuigen met me mee te gaan. Dan
maar alleen naar Duitsland. Het wordt voor mij de eerste keer dat ik
er in mijn eentje op uittrek om achtbanen te gaan rijden. De Rubicon
voor achtbaanliefhebbers...
Het is een grauwe
dag in juni, en Düsseldorf is een grauwe stad. Geen setting voor een
magische wonderwereld, maar misschien wel voor een rauwe
adrenalinekick. Anders dan in Nederland is de kermis niet midden in
de stad; het is op een terrein aan de westoever van de Rijn, een
klein metroritje van het centraal station. Vanaf de brug strekt de
hele kermis zich voor je voeten uit. Ook de woonwagens waar de
showmensen verblijven kan je vanaf de brug zien.
Wat me opvalt aan de
Rheinkirmes is dat het aanbod aan attracties veel gevarieerder is dan
op een kermis in Nederland. Qua oppervlakte is de Tilburgse misschien
groter, maar daar vind je dan vijf boosters, vijf breakdances, vijf
botsauto's enzovoort. In Düsseldorf is weinig herhaling (al zijn er
wel een stuk of vier spookhuizen). Er zijn rapids, go-karts, een
schommelschip, een rotor en allemaal andere dingen die ik zelden of
nooit in Nederland op een kermis heb gezien.
En dan de achtbanen.
De twee Schwarzkopfs zijn van verre te zien. Als
vergelijkingsmateriaal voor het werk van Schwarzkopf heb ik enkel op
zak de oude Looping Star van Slagharen, helaas verwijderd sinds 2017.
Ik heb er destijds niet heel vaak ingezeten maar het is in mijn
herinnering altijd een zeer genietbare achtbaan geweest. De scherpe
dynamiek, hoge snelheden, complexe inversies en airtime die je bij
modernere achtbanen vindt, tja, dat had Looping Star niet. Maar hij
was soepel en ging lekker door zijn bochtjes. Ik heb dus goede
verwachtingen van het duo.
Alpina Bahn is
eerst. Dit was de grootste reizende achtbaan voor Olympia Looping
gebouwd werd, en is nog steeds de grootste zonder inversies. Op de
Rheinkirmes van 1983 maakte deze baan ooit zijn debuut onder de naam
Himalaya Bahn. Qua grootte doet hij feitelijk nauwelijks voor Olympia
onder. De attractie is rijkelijk versierd met een alpenhuisje en
animatronics, met lichtversiering die de baan volgt. De karretjes
zijn gelijk aan die van Olympia en de oude Looping Star, maar hebben
alleen simpele heupbeugels.
Alpina begint met
een grote schok. Na een klein nepdipje komt de eerste drop, maar in
plaats van de vrij gecontroleerde ervaring die ik verwacht krijg ik
een forse ruk naar links te verwerken. Links van mij zit niemand dus
ik dreig in het luchtledige te vallen. Dat had ik niet verwacht!
Tamelijk intense laterals op een plaats waar ze niet thuishoren. Ik
weet niet of het de bedoeling was of niet maar Alpina heeft me nu al
verrast. Ik was zo van de schrik aan het bekomen dat ik me niet eens
herinner of de airtime hill, waar ik me toch op verheugde, wel zoveel
airtime heeft.
De rest van de
rollercoaster is een serie bochten en helixes die vooral dienen om de
ruimte op te vullen. Alpina is soepel genoeg, zoals je van een
Schwarzkopf mag verwachten, maar verder geen heel bijzondere
ervaring. Blij dat ik hem heb gedaan, maar ik had misschien iets meer
van deze toch bijzondere achtbaan verwacht. Hopelijk kan ik dat bij
de grote zus ernaast vinden...
Olympia Looping,
bouwjaar 1989, heeft vijf loopings in de vorm van de Olympische
ringen. Naast de Rheinkirmes staat de achtbaan vaak op het
Oktoberfest in München, de Wiener Prater en Hyde Park Winter
Wonderland in Londen. Ik weet dat nu het moment is om de baan aan
mijn credits toe te voegen. De eigenaar, de heer Barth, roept al
jaren dat hij het verliesgevende ding wil verkopen. Voor je het weet
staat Olympia ergens in China en kan je het vergeten om er ooit nog
in te gaan.
Voor dat ik erin
zit, weet ik al dat Olympia Looping een meesterwerk is. Na
Revolution, de eerste moderne looping-achtbaan, moet dit toch wel het
beste een meest ambitieuze werk van Anton Schwarzkopf zijn? Aan de
andere kant: Is Olympia niet een voorbeeld van vorm boven inhoud? Een
baan die eerder bedoeld is voor de toeschouwers aan de kant om te
bewonderen, dan voor de rijder om van te genieten? Is de noodzaak om
de loopings precies zo te bouwen als ze gebouwd zijn, omdat ze er nu
eenmaal zo uit moeten zien, niet ten koste gegaan van wat eigenlijk
de beste ritervaring had opgeleverd?
Ik heb maar één
ritje om erachter te komen... 8,50 later is het zover. Olympia
beklimt haar gebogen lift, aangedreven door booster wheels in plaats
van een ketting. Waarom bouwen hedendaagse achtbaanbouwers eigenlijk
geen gebogen liften meer op deze manier? Het maakt veel minder
herrie.
De eerste drop is
een stuk soepeler dan die van Alpina. De eerste loop, de centrale
zwarte, is eigenlijk niet helemaal een perfecte looping maar buigt
aan het eind iets af naar rechts, als een soort quasi-Immelmann. In
de eerste helft verliest Olympia geen tijd. De bocht wordt snel
genomen en de blauwe en rode loopings volgen onimddelijk. Verschiet
Olympia haar kruit niet iets te snel? Er is nog heel wat te gaan.
Drie van de vijf
loopings gehad, en Olympia gaat naar de eerste rem. Ik kijk naar
rechts en zie de skyline van Düsseldorf aan de overkant van de Rijn
rondjes draaien… of is het mijn hoofd? Ik moet toch al aardig
duizelig zijn! Browniepunten voor Anton. Nog twee te gaan.
In tegenstelling tot
in de eerste helft gaan we in de tweede helft niet direct de loopings
in. Eerst vliegen we er langs in een soepele S-bocht. De groene en
gele looping zijn de meest genietbare van de vijf: zodra je deze
bereikt zit je in het ritme en ben je gewend aan het constant
ondersteboven gekeerd worden. Je hoeft je niet schrap te zetten; je
kan er gewoon van genieten.
Leuk aan Olympia is
dat het niet alleen maar loopings zijn wat de klok slaat. Schwarzkopf
wisselt de inversies het af met helixes die op zichzelf ook pittige
positieve G-krachten opleveren. Dit geeft Olympia haar eigen ritme.
Anders dan bij Alpina zijn de helixes intens, en dragen ze bij aan
een verrassend lange rit die eigenlijk geen zwak moment kent, ook als
je niet over de kop gaat.
Het laatste woord
over Olympia Looping? Het is niet de meest intense coaster ooit, maar
wel een uitermate genietbare en verrassend desoriënterende rit,
soepel genoeg voor een dertig jaar oude attractie, geweldig om naar
te kijken en uniek in zijn soort. Ga in deze baan als je de kans
krijgt.
Ik trakteer mezelf
op nog twee achtbanen tijdens de Rheinkirmes: De Wilde Maus XXL –
een vrij overbodige upgrade op de standaard wildemuis van Mack, een
model waar ik niet dol op ben – en een spinning coaster van Maurer
– waarschijnlijk het op één na meest genietbare ritje op deze
kermis. Terwijl ik langs de andere kant terugloop zie ik datgene wat
ik eigenlijk al een beetje vreesde: een Wacky Worm.
De Wacky Worm is
voor iedere rollercoasterliefhebber een karaktertest. Het is weer een
credit voor de lijst, maar… het is geen geweldige attractie als je
ouder bent dan vier, er zijn er honderden van, je zit als volwassen
vent zonder kind een beetje voor lul in zo'n ding en op de kermis
moet je er nog voor betalen ook (4 euro in dit geval, best aan de
prijs). Maar aan de andere kant… a cred's a cred. Wordt deze Wacky
Worm mijn nummer 80?
Het antwoord is nee.
Op mijn creditlijst staat kwaliteit boven kwantiteit. Ik ga geen
achtbaantje-rijden alleen voor de credits. Bovendien vind ik 4 euro
duur voor een Wacky Worm. Ik kan niet uitsluiten dat de beruchte worm
met z'n idiote grijns vaker op mijn creditlijst zal verschijnen als
ik hem in pretparken tegenkom, maar tegen betaling doe ik het niet.
Goddank voor deze karaktertest. Ik weet nu wat voor soort pretparkfan
ik ben: één met principes.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten