vrijdag 27 september 2019

Tweestryd, Wildlands

Nog nooit een achtbaan helemaal voor mezelf gehad! 




Gut, wat viel het tegen toen ik in 2016 voor het eerst in Wildlands Adventure Zoo kwam. Ik heb jaren in het Noorden gewoond en een tijdje in Emmen gewerkt, en ik had lange tijd een abonnement op het oude Noorder Dierenpark. Ik hield veel van de oude dierentuin, maar het is duidelijk dat een kleine stadsdierentuin met weinig ruimte niet meer bij de huidige opvattingen over dierverzorging past (dat voel ik nog steeds het sterkst in Artis). Ik was dus gematigd positief over het idee voor de verhuizing naar een groter en moderner dierenpark aan de andere kant van het centrum.





Maar Wildlands voldeed destijds absoluut niet aan mijn goede verwachtingen. Veel van de leukste dieren (de haaien, tijgers, brilberen, elanden, stekelvarkens, flamingo's, kriebelbeestjes en de leukste van allemaal, de gordeldieren) moesten het veld ruimen en er kwam niet heel veel voor in de plaats. Het park gaf een lege, zielloze indruk, met te weinig dieren voor een hele dierentuindag. De pretparkattracties, waaronder een bootrit en een flauwe 3D-simulator (de jaren negentig belden, ze willen hun 3D-simulators terug), stelden niet veel voor. Ik heb kritiek op de layout van het park, waarover later meer. Het miste sfeer. Het hele park gaf de indruk dat het opgezet was met meer ambitie dan budget, en dat de vorm – de soms uitzinnige thematisering – ten koste was gegaan van de inhoud.


Dat was toen. We zijn drie jaar ouder met z'n allen, Wildlands heeft zich de kritiek aangetrokken en het is tijd om nog maar een keer te checken hoe het ervoor staat. Bovendien: Wildlands beschikt nu over een heuse achtbaan, en dat is natuurlijk waar we op dit blog in geïnteresseerd zijn.


Ja, u leest het goed: Een dierentuin met een achtbaan! Nederlanders kijken je raar aan als je het zegt. Maar internationaal gezien is de combinatie dierentuin/pretpark helemaal niet zo ongebruikelijk. België heeft Bellewaerde, Engeland heeft Chessington en Flamingo Land, Zweden heeft Kolmården, Amerika heeft Busch Gardens en Animal Kingdom, ga zo maar door. Nederland heeft er geen. We willen die categoriëen gescheiden houden. We stoppen dieren niet graag meer in kleine hokjes, maar de Hollandse hokjesgeest is nog springlevend.




Wildlands is opgezet met de ambitie om deze rol in Nederland te vervullen. Echt succesvol wil de formule vooralsnog niet worden. Wildlands moddert aan. Na de opening in 2016 kwam er een storm van kritiek op gang. Er zijn te weinig dieren, geen informatiebordjes, te weinig te doen. In eerste instantie reageerde het management totaal verkeerd: Jullie hebben het niet begrepen, klonk het. We zijn geen dierentuin, we zijn een “belevenispark” (wat dat ook maar moge betekenen). Niet wij zitten verkeerd, maar jullie.




Als tegenwerping op het concept van “avonturenpark” wil ik aanvoeren dat Wildlands bestaat uit drie “landen” waar per stuk één hoofdpad doorheen loopt, soms een parcours en soms een eenrichtingsstraat die je dezelfde weg moet teruglopen. Zijpaadjes of kruipdoor/ sluipdoorweggetjes zijn er bijna niet, en er is per gebied één manier waarop je het kunt ontdekken. Je wordt dus bij het handje genomen door het designteam om alles op de juiste manier en in de juiste volgorde te bekijken: het tegenovergestelde van een avontuur.


Een gerelateerd probleem is dat de pretparkachtige inrichting van Wildlands, met brede paden en weinig bankjes en andere obstakels, uitnodigt tot doorlopen. In een pretpark wil je immers dat de mensen  zich zoveel mogelijk verplaatsen om zoveel mogelijk attracties te kunnen doen. In een dierentuin echter wil je als bezoeker de dag langzaam en rusig beleven, de tijd nemen om alles te bekijken en de dieren te observeren. Wildlands zou meer plekken moeten hebben die uitnodigen om te blijven staan of zitten en kijken. Er is nu een aantal plekken (met name bij de ijsberen en de nijlpaarden) waar dat zo is, maar het mag nog veel meer. Veel dierenverblijven bevinden zich langs doorlopend wandelpad en lijken daarmee meer op versiering dan op een attractie an sich.




Het is interessant om Wildlands te vergelijken met die andere nieuwlichter onder de Nederlandse dierentuinen: GaiaZoo Kerkrade. Ook GaiaZoo heeft verschillende werelden, vier in dit geval, met meestal één route om te nemen. Het verschil is dat GaiaZoo tamelijk neutraal en naturalistisch is aangekleed, terwijl Wildlands zeer nadrukkelijk is gethematiseerd. GaiaZoo heeft een eigen stijl en een eigen filosofie, maar vraagt ons niet om ons ergens anders te wanen dan in een dierentuin in Limburg. In Wildlands worden we geacht te geloven dat we echt in een ander land zijn aangekomen. We zijn niet in Emmen, maar in Nortica, Jungola of Serenga. Zelfs de nuchtere Drentse dierenverzorgers wordt gevraagd op die manier te communiceren. De ethos en illusie van een pretpark, maar dan in een dierentuin. Op een plek als deze valt een achtbaan dus echt niet uit de toon.


Noot: Nergens op de informatieborden staat waar de dieren van nature voorkomen. Ze leven in Serenga.



Na de komst van Tweestryd kreeg Wildlands nieuw management en begon men op een ander toontje te zingen: We zijn nu wél gewoon een dierentuin. Het dierenbestand nam weer toe, de bordjes kwamen. Het park werd iets groener. Meer kleine dieren in aquaria en terraria, meer verbindende weggetjes. Het themaparkaspect verdween meer naar de achtergrond; je moet op de website tegenwoordig even doorklikken op überhaupt te zien dat er een achtbaan in het park staat. Meer pretparkattracties zijn voorlopig van de baan. Ik geloof nog steeds in de pretpark/ dierentuincombi als concept, maar de Gemiddelde Nederlander blijkbaar niet.




Maar a cred's a cred, dus ik ga weer eens naar het Noorden. Het is een regenachtige doordeweekse dag in september. Grote drukte valt niet te verwachten, maar het park lijkt wel heel leeg te zijn. Enfin, de beesten kunnen wachten. Ik loop helemaal naar de andere kant van het park, voorbij de Afrikaanse, pardon, Serengaanse savanne, waar de dubbele liftheuvel van Tweestryd over de heuvels koekeloert. Het is een raar, maar ook een veelbelovend gezicht.




Tweestryd (Serenga hanteert de Afrikaanse spelling) is een dubbele Family Boomerang van Vekoma, de nieuwste variant op hun bekende Boomerang-concept (hier vooral bekend van Speed of Sound). Anders dan de standaard looping boomerang is de familieversie lekker soepel en bochtig. Ik was al bekend met het model: ik had Raik in Phantasialand gedaan. Raik is een leuk achtbaantje dat de pech heeft zich op enkele meters afstand te bevinden van één van de beste achtbanen ter wereld, en die dus altijd tweede viool zal spelen. Tweestryd is daarentegen de enige achtbaan van het park, en oogt al een stuk indrukwekkender. Maar hoe kleed je een achtbaan aan in een door en door gethematiseerde dierentuin?




Had ik het laatst niet over achtbanen gethematiseerd als mijn? Tweestryd is gethematiseerd als mijn! Maar dit is noch de nostalgische Limburgse mijn van de Efteling, noch de avontuurlijke wildwestmijn van een doorsnee pretpark. Dit is een smoezelige mijn in fictief Serenga, wat hier symbool staat voor Afrika bezuiden de Sahara, waar vraagstukken rond armoe en werkgelegenheid, exploitatie van de derde wereld en natuurbescherming samenkomen. Uiteindelijk zijn de vraagstukken te reduceren tot één keuze: Rood of blauw? Hoe ga jij, rijke Europeaan, Afrika redden? Met Duurzame Landbouw of Eerlijke Mijnbouw?




Tweestryd is de enige achtbaan die ik ken die gethematiseerd is naar white guilt. Dolle pret! Wie doe je hier een plezier mee? 




De thematisering van heel Wildlands is zo. In eerste instantie lijkt het een uitgebreide maar feitelijk eenvoudige dierentuin-esthetiek te hebben. Er is een Afrikaans dorp, een indoor-jungle, een beetje Wilde Westen hier, een beetje Indonesië daar. Maar het is duidelijk dat we in de fictieve landen van Wildlands, anders dan de naam doet vermoeden, geen geïdealiseerde wilde paradijzen moeten zien die gevrijwaard zijn gebleven van menselijke invloed. Heel veel hoeken van het park zijn versierd met een soort grungy golfplaat-chic. Een roestige locomotief, gebutste olievaten, ontspoorde treinen, een vervallen hutje met ratten, een verlaten opgraving, een stapel zeecontainers.




Wat moet ik hiervan vinden? In het slechtste geval kan je zeggen dat Wildlands de zeer reële teloorgang van de natuur gebruikt als ordinair pretparkversiersel (om nog maar te zwijgen over de abjecte armoede in de tropen). Met het voordeel van de twijfel kan je deze rauwe golfplaatesthetiek goedpraten als een subtiele verwijzing naar de grote en groeiende invloed van de mens op de natuur, wat de bezoeker hiervan bewust moet maken. Maar Wildlands doet er verder weinig mee. In iedere dierentuin wordt wel ergens aandacht besteed aan educatie en natuurbescherming. In Wildlands is het allemaal naar de achtergrond verdwenen. Het belangrijkste voor Wildlands is dat we geloven in de echtheid van de drie fictieve landen, en dit zijn gewoon de details die daaraan bijdragen.

Waar had ik het over? O ja. Tweestryd. Ik heb inmiddels plaats genomen in de linker baan, blauw. Eerlijke Mijnbouw, zo je wilt. Ondanks dat er bij de bouw van de wachtrij duidelijk op grote drukte is gerekend, zit ik met vijf anderen in de trein. De rechter baan heeft twee rijders. Op rustige dagen wordt vaak maar één helft van Tweestryd opengedaan (Eenstryd?). Gelukkig rijdt Tweestryd deze middag met beide banen, dus ik kan beide kanten enkele malen uitproberen.




Nu komt het goeie nieuws: Tweestryd is leuk. Geen wereldachtbaan, wel gewoon leuk. Hoe #problematisch de thematisering ook mag zijn, de look van de achtbaan in combinatie met het houten stationsgebouw en de vele props en gebouwtjes langs het parcours, het klopt. Het komt samen. Net zoals de twee achtbanen, die een puike interactie hebben met elkaar. Het prijsnummer voor Vekoma is het moment waarop beide banen in tegenovergestelde richting in de helix gaan. Het is een mooie beweging en de helix is verrassend krachtig.




Ik vind Tweestryd leuker dan Raik, ook al schijnt Raik iets sneller te zijn. Hoe bejubeld het Klugheim-gebied ook is, Raik is vooral een baan in het grauwe halfduister, terwijl Tweestryd opener en verrassender aangekleed is.  Het duellerende aspect voegt toch echt iets toe. Grappig dat we na Joris en de Draak nu een tweede racende achtbaan hebben.  Het leukste aan Tweestryd is het uitzicht vanaf de liftheuvel. Vanaf daar heb je een mooi overzicht over het hele park. Iemand heeft hier heel goed over nagedacht.





Na mijn eerste sessie in Tweestryd ga ik het park in. Het is opgeknapt ten opzichte van 2016. Groener, meer dieren, rustiger. De dieren laten zich ook beter zien (in 2016, enkele weken na de opening, moesten de dieren ongetwijfeld nog aan hun nieuwe verblijf wennen en bleven ze op de achtergrond). De simulator blijft een sof en de safaririt per truck voegt niet heel veel toe, maar het boottochtje langs de slingerapen en het olifantenverblijf is alleraardigst. Er zijn ook meer vissen en reptielen, ondergewaardeerde dieren die ook nodig zijn in een dierentuin. Al bij al een heel aangename dag. Ik blijf een stuk langer in het park hangen dan ik had verwacht. Wildlands was drie jaar geleden een zielloos park. Ik heb nu de ziel van dit park gezien, niet alleen bij de dieren en de attracties, maar ook bij de gepassioneerde personeelsleden en de vrolijke bezoekers.





Na de wandeling kom ik terug bij Tweestryd. Het is vier uur geweest, er is geen mens meer. Maar de achtbaan draait nog, één van de twee welteverstaan, met twee personeelsleden die zich niet uit het veld laten slaan. Dus heb ik het vreemde genoegen om een paar ritjes helemaal alleen in een achtbaan te maken. Ik ga graag op een rustige dag naar een park, maar ik had nog nooit een achtbaan helemaal voor mezelf gehad! Het is een luxe, maar het voelt ook een beetje alsof het niet zo hoort...

(Ik besloot deze dag met een wandeling door het Rensenpark, de plek waar de oude dierentuin was. Maar dat, lieve kinderen, dat is weer een ander verhaal.)




Ik weet niet welke kant het opgaat met Wildlands. Het park voelt nog niet "af". Het is best mogelijk dat het park over een paar jaar failliet is (en dan zijn er geen grote dierentuinen meer voorbij Amersfoort). Ik zie na dit bezoek het park het liefst slagen, en zich verder ontwikkelen tot een uniek park in Nederland. Er moet nog veel gebeuren. Maar er ís ook al veel gebeurd. De goede ontwikkelingen blijven niet onopgemerkt en worden gewaardeerd. Ik hoop dat de Gemiddelde Nederlander het ook zo ziet, en Wildlands niet laat vallen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten