In 1998 werd Walibi
Flevo, toen vier zomers jong, overgenomen door Premier Parks,
destijds eigenaar van de Amerikaanse Six Flags-keten. Twee jaar later
werd het park omgedoopt tot Six Flags Holland, wat uiteindelijk
slechts één van de vele naamsveranderingen van het park zou blijken
te zijn. Opvallend aan de metamorfose was de ongekende uitbreiding
van het park: maarliefst vier achtbanen werden er in één keer
toegevoegd. Daarmee was het aantal achtbanen in het park direct
verdriedubbeld. Het park gaf zichzelf de titel “Roller Coaster
Capital of Europe”.
Als je met de
wijsheid van nu terugkijkt op die powermove van Premier, was het toch
eerder de kwantiteit dan de kwaliteit van de Six Flags-coasters die
opvalt. Want de coasters zelf? Twee goedkope, matige
standaardmodellen uit de catalogus van Vekoma en een standaard
wildemuis van Mack zijn niet bepaald dingen waar het hart van de
liefhebber sneller van gaat slaan. En dat noemt zich dan Roller
Coaster Capital of Europe? Laat me niet lachen!
De meest
interessante aanwinst van Six Flags in 2000, zeker achteraf, was een
unieke houten achtbaan, gebouwd door Vekoma. Het was de eerste houten
achtbaan die de Limburgse ingenieurs ooit bouwden; er zouden er nog
slechts twee volgen (waaronder één – Weerwolf – een half jaar
later in zusterpark Six Flags Belgium). Het was, tot de komst van
Goliath, de enige echt unieke baan in Six Flags.
Robin Hood was best
goed, voor zijn tijd. Hij kon zelfs een tijdje aanspraak maken op de
titel “beste houten achtbaan van de Benelux”, maar dat zegt meer
over de concurrentie (de enige andere was Pegasus in de Efteling) dan
over de baan zelf. Niettemin werd de coaster al snel ingehaald door
de tijd. Rond het jaar 2000 kwamen er veel uitstekende moderne houten
achtbanen naar Europa, gebouwd door echte houtspecialisten als CCI,
GCI en Intamin: Colossos, Balder, Tonnerre de Zeus, Megafobia en
natuurlijk de onovertroffen Troy. Die lijn heeft zich sindsdien
alleen maar doorgezet. Nu kunnen we in heel Europa genieten van
woodies van topniveau.
Ik maakte, als ik in
Walibi was, vaak dezelfde grap. Er zijn drie houten achtbanen in
Nederland. Twee zijn geweldig, de andere is Robin Hood. Hoe kon de
ruwe, rammelende Vekoma, met zijn simplistische en conservatieve
out-and-backlayout, zich meten met het geweld van de vurige GCI's in
het zuiden? Robin Hood ging er met de jaren niet beter op rijden, en
de vele airtime-momenten van de coaster werden eerder pijnlijk dan
lekker.
Op 6 februari 2018
kwam het onvermijdelijke nieuws. Robin Hood kreeg de RMC-behandeling.
Voor wie het niet weet: Rocky Mountain Construction is een bedrijf
dat, onder andere, oude houten achtbanen ombouwt tot
hybride-achtbanen, met deels dezelfde houten steunbalken maar stalen
rails, die onder andere inversies mogelijk maken. In Amerika heeft
inmiddels een dozijn coasters deze behandeling ondergaan, met als
resultaat alom bejubelde creaties als Steel Vengeance en Twisted
Colossus. RMC's hoofdontwerper Alan Schilke geldt in de
pretparkwereld inmiddels als superster. In Europa is Robin Hood tot
op heden de enige houten achtbaan die werd omgebouwd; de andere twee
RMC-achtbanen in Europa (Wildfire en Zadra) zijn helemaal
nieuwbakken.
Is het wel wenselijk
dat we RMC zo ongemoeid zijn gang laten gaan? Houten achtbanen zijn
al zo zeldzaam, zeker oudere. Op het moment van schrijven zijn er 39
houten achtbanen in Europa, en slechts 19 ervan komen uit de vorige
eeuw. Het zijn over het algemeen de minder populaire woodies die RMC
ombouwt en nieuw elan geeft, maar ook een achtbaan die nu minder
populair is kan altijd uitgroeien tot cultklassieker. En ook als dat
niet gebeurt verdwijnt er toch steeds weer een stukje steeds
schaarser wordende pretparkgeschiedenis. Wat dat betreft juich ik de
komst van Zadra toe: ik zie liever een volkomen nieuwe achtbaan dan
dat er weer een woodie moet verdwijnen.
Maar wat dan nog?
Zolang we RMC uit de buurt houden van echte antieke achtbanen (niet
naar Blackpool!) en echte toppers uit het hout-genre (blijf van Troy
af!) kan ik wel met de trend meegaan, zeker als het resultaat in de
regel beter is dan de achtbaan die opgeofferd werd.
Untamed is hierop
geen uitzondering, al kan ik wel een paar houten achtbanen in Europa
bedenken die de RMC-transformatie beter hadden kunnen gebruiken dan
Robin Hood (Bandit, Coaster Express, Bandit, Anaconda, Bandit). Robin
Hood was zeldzaam als Vekoma-woodie, één uit een familie van drie
(of je het leuk vindt of niet, zusterachtbaan Weerwolf staat
vermoedelijk binnen tien jaar hetzelfde te wachten), maar zeker niet
antiek, en een topper zou ik hem ook niet noemen. En betekent
zeldzaam altijd hetzelfde als waardevol?
Deze gedachten
spoken door mijn hoofd als ik op een hete dag in augustus door Walibi
loop om mijn eerste rit in Untamed te maken. Het is de eerste RMC die
op mijn pad komt. Van nul naar vijf inversies – geen enkele RMC
heeft er meer. De meest gehypete achtbaan van Nederland, al heeft de
opening van Zadra in Polen een maand later de hype wel wat
overvleugeld.
Untamed is,
onvermijdelijk, gethematiseerd naar een post-apocalyptische wereld,
maar wel een gezellige post-apocalyptische wereld. Het idee is
dat de menselijke beschaving een stap terug heeft gedaan, gedwongen
of niet, en de natuur het gebied terug opgeëist heeft. De
overgebleven mensen zijn blijkbaar hipsters en bouwen er een feestje
(het “verhaal” blijft vrij onduidelijk). Dit gedeelte van Walibi
is groener dan ooit. Het is de juxtapositie van roestkleurig staal en
lommerijke begroeiing die het Wilderness-gebied zijn identiteit
geeft. Het past bij het toch wat chaotische uiterlijk dat een RMC
hybride-achtbaan nu eenmal eigen is, met de klassieke houten supports
die overgaan in puntige stalen balken. Het is fijn dat ze Untamed niet één
of ander al te schreeuwerig horrorthema hebben meegegeven, al is
wansmaak nooit ver weg in Walibi. De horecagelegenheden in het
Wilderness-gebied zijn beschilderd met rare leuzen, en er is al veel
gemopperd over het nieuwe ondergekladde uiterlijk van het
toverkasteel. Overal het woord “Love” in de wachtrij en op de
liftheuvel: leuk sentiment, maar wat heeft het met Untamed te maken?
Dat is allemaal gauw
vergeten zodra je in de zware, metaalgrijze trein met de vlinderkop
zit. Observatie één: Untamed is krankjorum. Voor de takellift ook
maar begonnen is doet Untamed al gekke dingen, met zijn naar buiten
gekeerde bocht. Het is eigenlijk een wat overbodige gimmick, die een
beetje afleidt van de anticipatie op alle fratsen die je te wachten
staan.
Na een steile eerste
drop geeft Untamed je een idee van zijn snelheid en
onvoorspelbaarheid met een miniscuul heuveltje: het eerste van de
ontelbare airtime-momenten (oké, ze zijn telbaar, het zijn er 14
volgens de website). Dan het eerste echt verbluffende moment: een rol
die je 270 graden in de rondte op je zij draait, en dan weer 270
graden terug in tegenovergestelde richting. Met alleen een lapbar
voelt het allemaal griezelig precair. Bij sommige achtbanen vraag je je af waarom de beugels zo strak moeten; bij Untamed is het nodig. Regelmatig hang je lang ondersteboven, een unieke kick die je verder alleen bij Gold Rush kan vinden.
De volgende
showstopper is een double-up met een vreemd, scheef profiel. Je hangt
in de lucht met 0-G, maar bent raar geörienteerd ten opzichte van de
aarde. Daarna volgen twee artime hills – één recht en één
scheef – en een zero-G roll. Als je nog weet waar je bent zie je:
hier had Robin Hood zijn grote omdraaimoment en beginnen we aan de
terugreis. Waar de u-bocht van Robin Hood een rustmoment was, is die
van Untamed net zo woest en snel als de rest.
De meeste achtbanen
hebben halvewerge hun kruit wel verschoten, maar Untamed is pas
begonnen. Waar de eerste helft een dolle verzameling is van
verschillende capriolen die vrij los van elkaar staan, heeft de
tweede helft een meer gefocust doel: je zoveel mogelijk, en zo snel
mogelijk achter elkaar, uit je stoel gooien. Daarvoor dient onder andere een knotsgekke double-up / double-down-heuvel, een onweerstaanbaar rytmisch element. Een extra scheve banking rond deze plek moet tellen als onze vierde inversie. Naarmate de snelheid van
Untamed daalt neemt het tempo tussen de elementen juist toe. Omdat je
deels door de houten structuur van de oude Robin Hood rijdt, zie je
de heuvels en bokkensprongen nauwelijks aankomen. Hier is Untamed
echt onverbiddelijk de baas.
Geen andere achtbaan
in Nederland heeft zoveel en zulke intense ejector airtime als
Untamed (de vorige recordhouder staat aan de andere kant van
hetzelfde park). Het constante gebonk tegen de strakke lapbar is voor
velen waarschijnlijk teveel. De finale is één laatste, langgerekte
rol met veel hangtime die je ondersteboven over het gras laat
scheren. Nóg een airtime-dipje om het af te leren, en rem. Wow.
Robin Hood was een
wat anonieme achtbaan, maar je zal een rit in Untamed niet gauw
vergeten. Deze coaster heeft alles in overvloed. De baan is iets meer
dan een kilometer lang en doet er alles aan om op geen énkel moment
iets anders te geven dan een 100% wow-factor. Nou, missie geslaagd
hoor. Vandaar die rare bocht aan het begin: op ieder moment moet
Untamed íets doen. More is more, dat is het devies van Alan Schilke.
Maar dan de
hamvraag: heeft Untamed Troy van de troon gestoten als mijn favoriete
achtbaan van Nederland? Het antwoord is… nee. Misschien ben ik
teveel een Toverland-loyalist, maar Untamed laat een meer chaotische,
van los zand aan elkaar hangende indruk achter dan Troy. In zijn
hyperactieve drang zich op ieder moment te bewijzen is Untamed een
beetje vermoeiend, en nodigt hij minder uit tot herhaalritjes.
Bovendien is de trein met zijn superstrakke beugel niet altijd even comfortabel voor iemand met
lange benen als ik, zeker in de laatste helft waarin je constant tegen de beugel gegooid wordt.
Die reserveringen
daargelaten krijgt Untamed moeiteloos een plek in mijn topdrie van
Nederland. Het is een absolute aanwinst voor Nederland en voor
Walibi, een park waarin nu bíjna net zoveel goede achtbanen staan
als slechte. Je bent er bijna, Walibi! Walibi zit nog een paar meter
af van wat ik “de goede weg” zou willen noemen, maar ik heb een
park gezien met geloof in de toekomst, vriendelijk personeel en een
werkelijk waardige collectie achtbanen. Al die dingen zijn wel eens
anders geweest in Biddinghuizen.
Er is één reden
waarom ik Robin Hood mis. Walibi heeft geen familieachtbanen meer. De
wildemuis is al jaren weg. Je hebt nog de kindercoaster Drako in de
vergeethoek van het park. Wat is daarna de minst intense coaster van het park? Lost Gravity? Waar moet je heen als je Drako bent
ontgroeid maar de heftige achtbanen in de rest van het park nog niet
ziet zitten? Een ander park, blijkbaar. Voor mij persoonlijk was
Robin Hood één van de eerste grotere achtbanen die ik deed, lang
voordat ik achtbanen met loopings aandurfde. Tussen servet en
tafellaken is nu een gat gevallen. Dit is een grote lacune in een
park dat zich weer meer als familiepark wil profileren. Wat mij
betreft mag de volgende investering van Walibi dan ook een achtbaan
in die categorie zijn. Een tegenhanger van Calamity Mine of Tiki Waka
in Walibi België, dat niveau. Toch Vekoma maar weer eens bellen?



Geen opmerkingen:
Een reactie posten